woensdag 27 juli 2016

Rumours of Glory, de memoires van Bruce Cockburn

Hij heeft niet zo’n status als zijn landgenoten Leonard Cohen en Neil Young. Ten onrechte, want de Canadese singer-songwriter Bruce Cockburn brengt al decennia lang songs van hoge kwaliteit. En zijn gitaarspel mag er ook wezen. 
Zijn meest bekende song is het grimmige ‘If I Had a Rocket Launcher’, dat hij schreef nadat hij een kamp met vluchtelingen uit Guatemala bezocht. Ja, Cockburn heeft veel afgereisd in zijn leven. Zo belandde hij in onder meer Centraal Amerika, Chili, Mali, Mozambique, Cambodja en Irak. Hij nam er vele misstanden waar, waarover hij vertelt in zijn memoires, Rumours of Glory. Hier komt Cockburns maatschappelijke betrokkenheid duidelijk naar voren. 
Ook kom je in Rumours of Glory veel te weten over zijn persoonlijke leven. Cockburn vertelt openhartig over zijn jeugd, zijn bekering tot het christelijk geloof en de ups-and-downs in zijn privéleven. Hij neemt je door de jaren heen aan de hand van zijn belangrijkste songs, waarvan de teksten staan uitgeschreven. Zo geeft Rumours of Glory een compleet beeld van een bevlogen artiest.

donderdag 16 juni 2016

Een soldaat uit de grote oorlog

Er zijn van die boeken die een blijvende indruk op je maken. Een soldaat uit de grote oorlog is zo’n boek. Ik las het vorig najaar en nog moet ik er vaak aan denken. Het is een omvangrijke roman (732 bladzijden) uit 1991, geschreven door Mark Helprin, meest bekend van het verfilmde Winter’s Tale
Een soldaat uit de grote oorlog speelt zich deels af in Italië, 1964. De oude professor Alessandro Giuliani neemt in Rome de bus om zijn zus, die zeventig kilometer verderop woont, te bezoeken. Als een jongen net de bus mist, weigert de chauffeur voor hem te stoppen. Daarop stapt Giuliani boos de bus uit en vervolgt hij zijn reis te voet met de jongen. Al lopend vertelt de professor hem zijn levensverhaal, waaronder zijn belevenissen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hierin diende Giuliani als soldaat in het Italiaanse leger en maakte hij tal van ontberingen mee. 
Helprin beschrijft de belevenissen van Giuliani uitvoerig. Naast de oorlog speelt ook de liefde een grote rol in deze roman, die prachtige poëtische passages bevat. Het maakt Een soldaat uit de grote oorlog tot een loflied op het leven, waarin - ondanks de wreedheid van oorlog - de schoonheid van kunst, liefde en natuur overeind blijft. Een aanrader dus.

woensdag 15 juni 2016

Reorganisatie

Anderhalf jaar geleden, november 2014, wijdde ik een blog aan de situatie op mijn werk (zie hier). In die tijd was net de zogeheten transitiefase ingegaan. Een fase waarin medewerkers de tijd hadden zich (bijvoorbeeld met cursussen) te richten op de toekomst. Een toekomst die per medewerker kon verschillen. Immers, door de toegenomen automatisering zou een aantal banen verdwijnen.
Inmiddels is bekend dat per april 2017 een reorganisatie van start gaat. Bijna een kwart van de circa honderd medewerkers verliest zijn of haar baan. Ik heb het geluk niet bij die groep te zitten. Voorlopig zit ik dus veilig. 
Mijn blog van anderhalf jaar terug heette ‘Heel wat vragen’. De vragen over mijn toekomst zijn gebleven. Ook al heb ik me verder ontwikkeld in mijn werk, zekerheid heb ik niet. Wie weet komt na volgend jaar een nieuwe reorganisatie. In onrust afwachten lijkt dan ook geen optie.

dinsdag 24 mei 2016

Bob Dylan 75 jaar

Vandaag is Bob Dylan jarig: 75 jaar. En dat is zeker een feestje waard. Dylan is een artiest om wie je dankbaar mag zijn. Dat dankbare gevoel kreeg ik in maart 1998, toen ik ‘Not Dark Yet’ hoorde en wist: om deze man kan ik niet meer heen. Sindsdien ben ik fan van hem. 
Met Dylan kun je je hele leven vooruit. Zijn repertoire is omvangrijk en gevarieerd. Ook bevat het oeuvre van His Bobness een ongekende diepgang. Dylan bracht poëzie in populaire muziek. En die stem. Ja natuurlijk, die stem. Door velen bekritiseerd, zelfs vergeleken met een verkouden schaap of een pruttelende uitlaat. Maar bij dat soort kwalificaties schud ik mijn hoofd. Ik hoor hem graag zingen. Zijn zang is echt, doorleefd.
Dylan is ongrijpbaar. Wat voor sommige fans niet altijd leuk is. In de jaren zestig maakte hij de omslag naar elektrische gitaar, wat folkpuristen tegen de borst stuitte. Of wat te denken van eind jaren zeventig, toen Dylan zich bekeerde tot het christendom? Voor veel fans een gruwel. Maar Dylan denkt niet aan status, Dylan volgt zijn hart.
Ook anno 2016 stelt hij sommige fans teleur. Vorige week verscheen Fallen Angels, zijn tweede album met covers van songs die Frank Sinatra ooit zong. Velen hadden liever een album met nieuwe Dylan-songs gehad. Ik ook, moet ik toegeven. Maar toch: Fallen Angels is een mooie plaat. En wie weet zijn die ‘Sinatra-albums’ de opmaat naar een nieuw meesterwerk met eigen materiaal.
Denk maar aan de jaren negentig. Aan het begin daarvan leek zijn ster gedoofd. Hij bracht – ook toen - twee verdienstelijke coveralbums uit , maar menigeen vroeg zich af of Dylan nog met nieuwe eigen songs zou komen. Maar opeens was daar in 1997 de klassieker Time Out of Mind. En daarna volgden zowaar meer meesterwerken, zoals Love and Theft (2001) en Tempest (2012). 
Kortom, met Dylan weet je het maar nooit. De man blijft aangenaam verrassen. Happy birthday, mr. Dylan!

woensdag 24 februari 2016

Met één herinnering naar het hiernamaals

Stel: je mag maar één herinnering meenemen naar het hiernamaals. Welke wordt het? Die vraag staat centraal in de Japanse film After Life (uit 1998). In dit verhaal verblijven 22 mensen na hun overlijden een week in een gebouw. Ieder krijgt een begeleider aangewezen die vragen stelt over het leven van de overledene. Deze krijgt enkele dagen de tijd om een herinnering te kiezen. De herinnering wordt verfilmd en aan het eind van de week getoond. Hierna gaat de overledene  – met alleen deze ene herinnering - naar het hiernamaals.
Ik zag de film in een zaal van de katholieke kerk in Bennekom. Na afloop werd de film besproken onder leiding van pastor Ben Piepers. Hij vroeg de aanwezigen welke herinnering zij zouden kiezen. Opvallend was dat bijna iedereen koos voor een herinnering van samenzijn met dierbaren. Ook bij mij was dat zo. Geen herinnering aan behaalde diploma’s of kampioenschappen, maar een vakantiemoment aan een picknicktafel met mijn vrouw en kinderen. 
After Life is een sobere, indrukwekkende film. Ik zou hem iedereen aanbevelen. Onvermijdelijk dat je je al kijkend afvraagt: welke herinnering zou ik meenemen naar het hiernamaals? En: wat is nou echt belangrijk in mijn leven?

vrijdag 29 januari 2016

Over ‘Youth’ en David Bowie

Een scène uit de film Youth: de oude regisseur Mick (Harvey Keitel) maakt het verschil tussen jong en oud zijn duidelijk. Met een verrekijker. Kijkend door een verrekijker zie je wat veraf is dichterbij. Zo is het als je oud bent. Maar keer je de verrekijker om, dan zie je alles ver weg. Zo kijkt de jeugd, aldus Mick.
Ik zag Youth kort na het overlijden van David Bowie. Bij de scène met de verrekijker moest ik aan Bowie denken: hoe voor hem de verte dichtbij was gekomen. En daarvan getuigt Blackstar, zijn recente album, dat meerdere verwijzingen naar de dood heeft. Het meest duidelijk op de single ‘Lazarus’: 
David Bowie (foto Sony Music)

Look up here, I'm in heaven
I've got scars that can't be seen.
Blackstar is een moedig album van een eigenzinnig artiest die de dood in het gelaat keek en daarvan verslag deed. 
Wat een verschil met de maatschappij, waarin velen gedachten aan de dood ontwijken, grote levensvragen ontlopen en vergeten hoe kostbaar onze dagen zijn. Maar op een dag is het alsof je door een verrekijker ziet. Dan is de verte dichtbij gekomen. 

dinsdag 22 december 2015

Voetbal, Kerst en meester Westland

Woensdagavond, 20 december 1978. Geen gewone woensdagavond. Het Nederlands Elftal trad in Düsseldorf aan tegen West-Duitsland. Om acht uur zou de NOS dit beladen vriendschappelijke duel uitzenden op tv. Helaas, ik moest een groot deel van de wedstrijd missen: dezelfde avond was namelijk ook de kerstdienst van mijn lagere school, in de Oude Kerk op de markt. 
 Ik had dus weinig zin. Ik was toch immers die dag al naar school geweest? Nog een schoolverplichting vond ik wat teveel gevraagd. Maar gedeelde smart is halve smart: mijn broer Frans, die twee klassen hoger zat dan ik, namelijk in klas vier, moest ook mee. Ook hij zou in elk geval de eerste helft van het voetbaltreffen missen. De enigen thuis die wel zin in de dienst hadden, waren onze ouders. 
 Om de gemiste eerste helft wat te compenseren, speelden Frans en ik op Frans’ kamer alvast de interland. Met playmobilpoppetjes. Frans vond het geen probleem om West-Duitsland te zijn, terwijl ik het Nederlands Elftal onder mijn hoede nam. Frans reageerde sluw op mijn aanvalsdrift. Al gauw nam zijn Mannschaft met 1-0 de leiding (doelpunt Karl-Heinz Rummenigge). Ik reageerde door libero Ruud Krol te laten inschuiven. Prompt schoot Krol van kansrijke positie tegen de paal. ‘Wat een mazzel heb jij!’ riep ik tegen Frans. ‘Ach, van zo’n afstand scoor je normaal nooit’, antwoordde hij nuchter. 
 ‘Kom jongens, we gaan’, riep ma vanuit de gang naar boven. Met tegenzin liepen we de trap af. Pa kwam net de woonkamer uit, keurig in colbert. ‘Trek gauw jullie schoenen aan, het is zeven uur geweest. Als we lopend gaan, dan moeten we nu weg.’ 
 Tegen kwart over zeven kwamen we aan bij de Oude Kerk. De kerk was al bijna vol. Mijn vader zag op de twaalfde rij aan de rechterkant plek voor ons vieren. We gingen zitten. Ik keek om me heen, op zoek naar aanwezige klasgenootjes. 
 Na het inleidend orgelspel ving de dienst aan. Het was halfacht. Schoolhoofd meester Vermeer, een lange kalende man met zware bril en luide stem, leidde de dienst in. ‘We zijn hier samen om de geboorte van Jezus Christus te vieren’. Vervolgens werd Er is een kindeke geboren op aard’ gezongen. Hierna lazen enkele kinderen van de vijfde en zesde klas om de beurt uit de bijbel een passage van het kerstverhaal voor. Frans en ik waren blij dat wij niet in zo’n volle kerk hoefden voor te lezen. Na het voorlezen zong iedereen Stille nacht
 Terwijl de laatste klanken van dit fraaie lied wegebden, stond meester Westland op uit de voorste bank. Langzaam liep hij naar de kansel. Frans en ik keken elkaar verbaasd aan: meester Westland! We waren niet de enigen die verbaasd waren. Het was opeens zo goed als stil in de kerk. Maar niet de stilte die hoorde bij een stille nacht voor Kerst. 
 Meester Westland was de schrik van de school. Een kleine, corpulente man met donker, naar achteren gekamd haar. Een wit pak met franjes zou van hem een tweede Elvis maken. Een sluwe Elvis, dat wel. Maar nee, hij stond op de kansel in een donker pak, als meester Westland. Frans en ik hadden nog geen les van hem gehad (helaas zou dat later nog komen). Maar de verhalen die we over hem hoorden van oudere kinderen, logen er niet om. Hij schroomde niet om kinderen een tik te geven als ze teveel praatten in de klas. En als iemand niet netjes genoeg schreef, dan ging hij ook flink tekeer. En nu ging uitgerekend hij, meester Westland, de schrik van de school, iets over Kerst vertellen! Maar misschien dat het meeviel en dat we een andere, milde meester Westland gingen meemaken. Ondertussen was Oranje al een half uur aan de gang tegen West-Duitsland. 
 Iets te zelfverzekerd keek Westland de zaal in. Mogelijk voelde hij dat hij mensen had verrast door de kansel te betreden. Het voordeel der verrassing. Westland ving aan. Met een Kerstverhaal. Zijn Kerstverhaal. Het ging over een jongetje, Arnold geheten, dat op Kerstavond naar de kerk ging. Diezelfde dag had hij het weekloon van zijn krantenwijk ontvangen: vijftien gulden. Tijdens de dienst werd gecollecteerd. Toen de collectezak bij Arnold kwam, stopte hij er vijftig cent in. Westland trok een vies gezicht. ‘Vijftig cent maar!’ Arnold vond die vijftig cent in eerste instantie wel genoeg, ondanks zijn weekloon van vijftien gulden. ‘Maar Arnold begon zich ongemakkelijk te voelen’, aldus Westland, die een moeilijk gezicht trok. Hij was een meester in het beschrijven van schuldgevoel. Hoe vaak had hij zelf niet een kind een schuldgevoel bezorgd? 
 Westland ging verder met zijn verhaal. ‘Na de dienst liep Arnold met zijn ouders mee, de kerk uit. Net buiten de kerk werd de wroeging hem teveel. Hij liep terug, de kerk weer in. Hij zag de koster lopen en vroeg of hij nog wat in de collectezak mocht doen. Arnold haalde een tientje uit zijn portemonnee en deed het in de collectezak. Opgelucht liep hij naar buiten. De koster keek hem met een glimlach na.’ 
 En zo eindigde meester Westland zijn Kerstverhaal. Arnold had zijn schuld afbetaald. De dienst zat er bijna op en werd afgesloten met samenzang: Gloria in excelsis Deo en Ere zij God
 Toen we de kerk uit waren, liepen Frans en ik voor onze ouders uit. Hoe stond het met Oranje? Meester Westland was even vergeten, terwijl we stevig doorwandelden. Natte sneeuw viel uit de lucht. 
 Bij thuiskomst stond West-Duitsland met 2-0 voor. De tweede helft was een kwartier aan de gang: de wedstrijd was nog niet beslist! Onze hoop leek niet voor niets toen Tscheu la Ling 2-1 scoorde. Het kon nog! Maar de minuten verstreken, zonder gelijkmaker. Onze hoop taande. In de slotfase deed de 3-1 van Bonhof onze illusies teniet. ‘Kom jongens, nu naar bed’. Pa en ma speelden handig in op het beslissende Duitse doelpunt en eigenlijk vonden we dat niet eens erg. 
 In bed, met het licht uit en mijn hoofd rustend op het kussen, dacht ik aan Oranje en aan meester Westland. Niet alleen het Nederlands Elftal had die avond verloren. Ook meester Westland, al had die het zelf niet door.

Naschrift: de namen van meester Vermeer en meester Westland zijn gefingeerd.