Vandaag is het vijftien jaar geleden dat Toon Hermans overleed. Toon Hermans, de man van de komische onemanshows. Maar hij had ook een andere, zeer filosofische kant. Wie daar meer van wil weten raad ik het boek Gewoon God (uit 1998) aan.
In Gewoon God voert arts Mieke Mosmuller gedurende twee jaar gesprekken met Hermans over tal van thema's, verbonden met God. De titel is veelzeggend: Hermans wil het niet te moeilijk maken. En dat is gelukt, zonder aan diepgang in te boeten.
De eerste ontmoeting tussen Hermans en Mosmuller was op 18 januari 1995. Mosmuller wil Hermans een boek van haarzelf over filosofie en religie aanbieden. Van het een komt het ander. Het klikt tussen de twee en zo bezoekt de arts met enige regelmaat Hermans in diens villa in Bosch en Duin. Al lezend in Gewoon God zie je beiden filosoferen aan de grote tafel in de keuken. Hermans praat onder meer over bidden, theater, verbeeldingskracht en over zijn verbondenheid met Jezus. Hij manifesteert zich als een zoeker, waarbij het zoeken naar zin niet mag stollen tot een dogmatisch weten.
Het zijn soms best ernstige gesprekken; de grappenmaker in Toon is dan ver weg. Hij kan zich stevig ergeren aan de samenleving. 'De samenleving van nu ademt de sfeer van één grote handelsmaatschappij. We leven in een wereld van materialisme.'
Om eraan toe te voegen: 'Als er een tweede Hitler komt, heeft ie onmiddellijk succes. Het publiek is in voor àlles.' Hij hekelt de amusementswereld, waarin mensen zomaar op een voetstuk worden geplaatst. 'Ik ken mensen die geen vonkje licht verspreiden, maar wij noemen ze sterren.'
Drama
Bij Hermans geldt niet het oppervlakkige beeld van een grappenmaker. Niet alleen maar luchtigheid en lachen, maar aan de wortel daarvan drama, schrijft Mosmuller.
'Het drama siert de mens', zegt Hermans zelf. 'Het hulpeloze heft de mens op uit het oppervlakkige, het onbenullige en zinloze. Op het moment dat je je bewust wordt hoe hulpeloos je eigenlijk bent, beleef je dat je God ontbeert. Daar begint de ware ontmoeting.'
Voor veel mensen hoeft die ontmoeting niet, valt uit zijn woorden op te maken. Hermans ziet de mens als een aanmatigend wezen, die meent alles in de hand te kunnen hebben. Wat dat betreft leert de natuur wat anders. 'De boom gaat mee in de wind, geen takje verzet zich. Mensen verzetten zich wel.' En: 'In de maat van de dingen zie je de reflex van het goddelijke. De schepping is feilloos van maat. Geen vogel vliegt te snel. Sneeuwvlokjes dwarrelen neer, allemaal met hetzelfde ritme. Wij kennen onze maat niet.'
Voor Toon is God vanuit het denken onbereikbaar. Mosmuller dicht hem dan ook de innerlijke houding van de mysticus toe: niets nastreven, slechts in innerlijk afwachtende verwondering vreedzaam rusten. ‘De mooiste momenten zijn die, waarop je iets voelt zonder te denken in woorden. Dan ben je buiten je verstand. Die bezielde momenten brengen je dichter bij de waarheid - je wordt God gewaar.'
Spelen
Natuurlijk komt ook de liefde ter sprake. De liefde, een onderwerp waar Hermans veel over heeft geschreven en gezongen. 'Liefde verruimt ons denken', vertelt hij. 'Voortdurende gerichtheid op jezelf verengt. Misschien begint geloven in God wel bij de aandacht, de bewogenheid voor de ander.' Je moet jezelf kunnen loslaten, vindt hij, want interesse in de ander ontspant. Ook het theater zorgt voor die verruiming. Bij oprechte creativiteit treed je buiten jezelf, weet hij als gelouterd theaterman.
Theater is een soort magie voor hem. 'Ik speel met de taal zoals het kind met een pop. Maar ik weet niet precies wat ik doe, hoor. Ik merk dat iets werkt, dat intrigeert me.' Het gaat hem om zijn, zonder gerichtheid op resultaat, stelt hij duidelijk. Volgens Toon is de mens het dichtst bij het echte menszijn als hij speelt. 'Spelen doe je niet, dat bén je.'
Wijsheden als deze maken Gewoon God tot een zeer lezenswaardig boek. Wijsheden van een groot artiest, die juist niet wilde overkomen als iemand die het allemaal wel wist. Ook al oogstte hij in zijn leven veel lof en trok hij volle zalen. Nee, die beroemdheid vond hij maar onzin. 'Ik bén ergens, dat is genoeg.'
Naarmate je ouder wordt, ontvallen vaker mensen die je persoonlijk kent. Het doet mij geregeld stilstaan bij mijn sterfelijkheid. In het leven ben je uiteindelijk op weg naar de dood. Maar of het daarmee eindigt?
Ik luister naar de nieuwe cd van Bob Dylan, Shadows in the Night. Muziek voor de late avonduren, bij het sluiten van de dag. 'Stay with Me' komt voorbij. Troostende woorden op de levensweg. Een weg die hier niet doodloopt:
Though the road buckles under
Where I walk, walk along
Till I find to my wonder
Every path leads to Thee
All that I can do is pray
Stay with me
Stay with me
Gelukkig had ik 'm nog, dat oude nummer van het Britse magazine VOX. Daarin een uitgebreid interview met acteur Robin Williams, die in augustus dit jaar overleed.
Toen ik van zijn tragische dood (zelfmoord) hoorde, dacht ik kort daarna aan dat oude tijdschrift. Ik wist nog hoe goed het me destijds (mei 1992) deed het interview met Williams te lezen.
Robin Williams was toen al een van mijn favoriete acteurs. Ik kende hem als de grappige Mork uit de comedyserie Mork and Mindy en van indrukwekkende rollen in films als Good Morning Vietnam, Dead Poets Society en Awakenings.
.jpg) |
| Robin Williams in Hook |
Aanleiding voor het interview in VOX was de film Hook. Hierin speelde Williams een volwassen geworden Peter Pan. Voor Williams had de film een duidelijke boodschap: een band krijgen met je kinderen. 'Als volwassene ben je geneigd dit te negeren om andere dingen te bereiken. Maar je tijd met hen is kostbaar en gaat zo snel.'
In Hook wordt de door ambities verblinde advocaat Peter Banning weer Peter Pan. De volwassene herontdekt het kind in zichzelf. En dat sprak Williams aan. 'We kunnen tegelijkertijd zowel volwassene als kind zijn.'
Ook in het leven van de acteur voltrok zich een verandering. Jarenlange kampte hij met depressies en verslavingen. De dood van goede vriend John Belushi (in 1982) en de geboorte van zijn eerste kind (Zak Williams, 1983) luidden een keerpunt in. Dankzij discipline en therapie kwam Williams zijn problemen te boven.
In het interview uit '92 kwam hij over als een evenwichtig man, vol wijsheid en compassie: 'We moeten geven om mensen. Doen we dat niet, wat is dan het doel van de mensheid? Hebzucht?'
In de de jaren na Hook bleef Robin Williams mooie - én diverse - rollen vertolken, zoals in Mrs. Doubtfire, Good Will Hunting, What Dreams May Come en One Hour Photo. En ja, soms las ik dat hij nog weleens kampte met depressies en dat zijn alcoholverslaving weer de kop opstak. Altijd dacht ik: die Williams komt er wel weer bovenop.
Tot die ochtend afgelopen augustus, toen ik het bericht van zijn overlijden las. Later vernam ik dat hij leed aan de ziekte van Parkinson, wat hem mogelijk mede tot zijn laatste daad bracht. Een triest verhaal. Liever denk ik daar niet aan. Nee, liever zet ik de dvd van Hook op. Om te zien hoe Williams transformeert van midlife workaholic tot Peter Pan. En hoe hij ons herinnert aan de band met onze kinderen. En het kind in onszelf.
Werk, studie en een gezin met drie jonge kinderen. Een redelijk druk bestaan, waardoor ik de afgelopen maanden nauwelijks aan schrijven toekwam. Gelukkig had ik onlangs mijn - voorlopig - laatste examen: eindelijk wat meer tijd voor andere zaken. En dat komt goed uit.
Eerder dit jaar meldde ik dat op mijn werk een en ander gaat veranderen. We zitten in een zogeheten transitiefase, die ongetwijfeld gaat leiden tot een reorganisatie. Iedere medewerker heeft een plan van aanpak gemaakt, waarin hij/zij een bepaalde keuze moest aangeven. Zelf heb ik gekozen voor de optie 'verbreding'. Ik wil mijn inzetbaarheid verbreden en me niet richten op een specifieke functie. Om dat in te vullen ga ik me verder bezinnen op de toekomst.
Een makkelijk traject is het zeker niet. Als de reorganisatie komt, behoud ik dan mijn baan? Of moet ik vertrekken en dus solliciteren naar een functie elders (binnen of buiten de organisatie)? En is het niet verstandig daar binnenkort mee te beginnen en niet mijn lot af te wachten? Wat voor functies ambieer ik zoal? Hoe liggen mijn kansen op de krappe arbeidsmarkt eigenlijk?
Kortom, heel wat vragen. Nu de tijd nemen om me daarop te bezinnen. Het zal nodig zijn: niet elke vraag heeft een simpel antwoord.
There always has been and always will be war, zingt Jackson Browne in 'Say It Isn't True'. Helaas lijkt dit inderdaad zo. Er is altijd wel ergens een oorlog aan de gang. Momenteel in Oekraïne, Irak, Syrië, Mali, Soedan, Israël en Gaza, om maar wat landen te noemen.
And when you think of all the people
In the cities of the world
Who could vanish in a moment
Say it isn't true
Say it isn't true
That there always has been and always will be war
Vaagt Jackson Browne hiermee alle hoop op een vreedzame wereld weg? Nee, hij zingt ook: Say it isn't true.
In een interview uit 1983 - kort nadat de song uitkwam - vertelde hij dat hierin twee dingen naast elkaar staan. 'Ik denk dat het te maken heeft met de manier waarop we leven. We denken tegelijkertijd twee dingen. We bevinden ons voortdurend in situaties waarin we het één zeggen en het ander doen, iets weten en er tegengesteld aan handelen, iets geloven en iets anders doen.'
And you would think with all of the genius
And the brilliance of these times
We might find a higher purpose
And a better use of mind
'Deze song moet je beschouwen als een gebed', gaf Browne nog aan. Ja, een gebed. En waarom ook niet? De mensheid blijft bepaalde fouten maken. Oorlogen komen en gaan en komen weer. Om moedeloos van te worden. Dan is bidden geen gek idee. Bidden om moed, om te blijven streven naar een wereld in vrede.
Voor altijd oorlog? Say it isn't true.
Jackson Browne: 'Say It Isn't True'
Een bizarre maand loopt ten einde. Aanvankelijk was de sfeer in het land veelal opgetogen, dankzij de goede prestaties van Oranje op het WK voetbal.
Hoe anders was de stemming na de ramp met vlucht MH17. We lazen de verhalen over mensen die plots uit het leven waren weggerukt. We waren getuige van een politiek steekspel rond de lichamen van de slachtoffers. De indrukwekkende speech van minister Timmermans verwoordde de gevoelens van velen. En we zagen lange rouwstoeten op tv, zwarte auto's die gestaag voorbijreden langs rijen meelevenden.
De vrolijkheid van het WK voetbal leek lang geleden. Toch scheelde het slechts dagen. Vrolijkheid en verdriet, zo dichtbij elkaar, in juli 2014.
Tussen wat oude tijdschriften kwam ik het sociaal jaarverslag 2004 van een vorige werkgever tegen. Er stond een stuk van mijzelf in over Kronieken, de autobiografie van Bob Dylan. Ik mocht namelijk schrijven over mijn favoriete boek van dat jaar. Logisch dat ik - als Dylanfan - voor Kronieken koos.
Zo schreef ik onder meer: 'Meereizend met His Bobness passeer ik hoogte- en dieptepunten. Ik leef met hem mee en raak onder de indruk van zijn doorzettingsvermogen. Dylan gaat creatief om met tegenslagen. Een bemoedigend boek vol verbeeldingskracht.'
Tja, 'een bemoedigend boek vol verbeeldingskracht'. Klinkt dat niet wat overdreven? Nee. Ik denk terug aan de herfst van 2004. Mijn toenmalige baan liep bijna ten einde. Het kantoor waar ik werkte zou medio 2006 worden opgeheven. Heerlijk om dan even weg te vluchten in Bob Dylans autobiografie vol beeldende taal. En om er moed uit te putten.
Neem nou Dylans verhaal Oh Mercy, genoemd naar het gelijknamige album uit 1989. Dylan vertelt over een periode waarin hij in een artistieke dip zit. 'De spiegel was gekeerd en ik kon de toekomst zien: een oude acteur rommelend in de vuilnisbakken achter het theater van de vergane glorie.'
Gelukkig zit Dylan niet bij de pakken neer en komt hij die moeilijke periode te boven, met een fraai album als resultaat. Fijn om te lezen als je zelf een steun in de rug kunt gebruiken. En dat doet zo'n verhaal.
Nu is het 2014. Ook bij mijn huidige werkgever staat mijn baan op de tocht. Een reorganisatie is op komst; mijn plek is allesbehalve zeker. Dat wordt nadenken over mijn toekomst en waarschijnlijk op zoek gaan naar een nieuwe baan. En maar gauw Kronieken herlezen. Ter inspiratie én bemoediging.