In het boek Heb vertrouwen (van Mitch Albom) vertelt rabbi Albert Lewis over een reis naar Israël, kort na de oorlog van 1967. Met een groep ging Lewis naar een gebied aan de noordelijke grens, waar hij tussen enkele verlaten huizen verzeild raakte. In de ruïnes van een vernield huis zag hij een Arabisch schoolschrift liggen. Hij nam het mee naar huis. In het schrift zaten drie kleine zwart-wit fotootjes. Ze waren vies en verschoten.
Jaren later laat hij het schrift met de fotootjes zien aan Albom. Een foto toont een wat oudere vrouw van Arabische afkomst, een andere een besnorde jongeman in pak met stropdas. Op de derde foto staan twee kinderen naast elkaar, waarschijnlijk broer en zus.
Wie het zijn? Dat weet de rabbi niet. 'Ik dacht dat ik misschien op een goede dag iemand zou ontmoeten die dat gezin kende, en dat die de foto’s zou kunnen teruggeven aan de overlevenden.'
Albom begrijpt het niet. 'Vanuit uw religieuze standpunt waren die mensen de vijand.'
'Vijand, ach wat!' reageert de rabbi boos. 'Dit was een gezin.'
dinsdag 27 november 2012
dinsdag 30 oktober 2012
Een gift
DICHTER
Even was ik dichter
in een park in Londen
de wereld leek veel lichter
't was maar een paar seconden
in een park in Londen
de wereld leek veel lichter
't was maar een paar seconden
ik zag er visioenen
van blauwen en van groenen
maar plotseling was het gras weer gras
en ik wist dat ik geen dichter was
van blauwen en van groenen
maar plotseling was het gras weer gras
en ik wist dat ik geen dichter was
(Toon Hermans, uit: Ontbijten met jou)
Bovenstaand gedicht heb ik altijd bijzonder gevonden. Waarom? Het taalgebruik is niet bijzonder; en toch weet Toon Hermans me te raken.Eerst vertelt hij over een mogelijk spirituele ervaring. Even was hij dichter in een park in Londen. Even was hij boven zichzelf uitgetild. In een wereld die veel lichter leek, al was het maar kort ('een paar seconden').
In de volgende strofe probeert hij de ervaring te beschrijven. Het rijm doet echter wat geforceerd aan ('visioenen', 'groenen'). Ook lukt het Toon niet de mooie ervaring in woorden te vangen, zoals de beste dichters kunnen.
Maar vreemd genoeg krijgen de laatste twee regels hierdoor juist meer effect. Het gras was weer gras, 'en ik wist dat ik geen dichter was'.
Toon zet zichzelf op zijn plaats. Geen verhevenheid, wel bescheidenheid. Wellicht het besef dat de ervaring in dat park een pure genade was, niet iets wat voor het grijpen lag. Het was hem gegeven, een gift. Dit besef weet Toon, zonder zich dichter te wanen, toch op te roepen. En ja, ook dat is een gift. Aan de lezer.
vrijdag 26 oktober 2012
Gelukkig zijn. De monnik als model
Het is een handig boekje: klein formaat, harde kaft. Je kunt het zo overal mee naartoe nemen. En dat komt mooi uit, want de inhoud is zeer de moeite waard. Ik heb het over Gelukkig zijn. De monnik als model van Hein Stufkens. 'In ieder van ons schuilt ergens een monnik', stelt de schrijver aan het begin van het boek. Aan die monnik hebben we dringend behoefte in onze jachtige, rusteloze maatschappij. Een maatschappij waar we niet terecht kunnen met het heimwee van onze ziel, 'dat diepe verlangen om thuis te komen in onszelf, onze relaties, de wereld.' Ook is onze moderne rationele westerse geest niet ingesteld op de paradoxen van ons bestaan. Vandaar dat Stufkens ingaat op deze paradoxen en hoe de monnik – ook de monnik in onszelf – hiermee omgaat.
1. Alleen en samen. De monnik is enerzijds alleen, maar anderzijds totaal verbonden met de ander en met de 'bron van het Zijn.' (...) 'Hij is alleen en al-een. Daarmee wijst hij de hedendaagse mens een weg uit diens grootste neurose en angst, namelijk het gevoel fragment te zijn, een los ding in een uit andere losse fragmenten samengesteld onbekend en vreemd heelal', aldus Stufkens;
2. Vrijheid en gehoorzaamheid. Het gaat hier niet om blinde gehoorzaamheid of een bekrompen moralisme. Stufkens ziet echte gehoorzaamheid juist als bevrijding. 'Gehoorzaamheid begint bij gehoorzaamheid aan jezelf.' En dat betekent: 'Eerlijk erkennen hoe we ervoor staan in het leven en ons te durven begeven in diepgaande processen van bevrijdende omvorming.';
3. Onthechten en vieren. 'Enkel een onthecht mens kan van moment tot moment het leven in vreugde en dank aanvaarden en beleven.' Een monnik viert het leven ook. Daarbij gaat het echter niet om luxe en overdaad. 'Hij kan blij zijn met niks en dankbaar voor alles.' Ook laten we los wat ons tegenhoudt. Dat kan van alles zijn: materiële zaken, maar ook onze angsten, status, woede, wrok,enz.;
4. Levenskunst: de kunst van het sterven. Dit hoofdstuk begint met treffende citaten van François Mitterand en Sogyal Rinpoche over hoe de moderne mens de dood ontkent. Stufkens: 'Doordat we de dood niet meer aan durven te kijken zijn we ook niet meer in staat het leven smaak, zin en betekenis te geven.' Zijn advies is: 'Leef altijd in het besef dat ons leven zich afspeelt op die dunne scheidslijn tussen tijd en eeuwigheid.'
Oefeningen
Tot slot biedt dit boek een aantal oefeningen om gelukkiger te leven. Een groot pluspunt, want gaat het er immers niet om het geleerde in praktijk te brengen? Bij de eerste oefening stel je je voor dat je ergens in de natuur bent en nadenkt over de essentie van je bestaan. Vervolgens kom je een monnik tegen. Je deelt je diepste verlangen met deze persoon en wacht wat hij/zij je te zeggen heeft. Een oefening die verhelderend kan zijn, heb ik ervaren.
Andere oefeningen zijn gerelateerd aan een bepaalde paradox. Zo is er een dis-identificatie-oefening, een viering van verbondenheid en een Zonnelied-meditatie. Ook kun je oefenen in dankbaarheid door de vanzelfsprekendheid van dingen los te laten. Wees bijvoorbeeld dankbaar dat de auto het doet, dat er eten in de winkels ligt, dat je nog leeft en dat je familie en vrienden hebt.
En – in het licht van leven en dood – is er de oefening waarbij je af en toe wandelt op een kerkhof. Een vreemde plek voor een oefening? Niet als je de uitleg van de schrijver tot je laat doordringen: 'Het is een prachtige rustige plek om te mediteren over de dood, de vergankelijkheid en de nooit eindigende stroom van sterven en geboren worden.'
Zo eindigt Gelukkig zijn. De monnik als model. Het telt nog geen honderd bladzijden en toch nodigt het uit tot herlezing. Eigenlijk ben ik er nooit mee klaar.
Hein Stufkens, Gelukkig zijn. De monnik als model, uitgeverij Ankh-Hermes bv
vrijdag 7 september 2012
Uit de euforie, in de stilte
Het is nacht buiten Krakau. Enkele mannen gaan te voet naar het nabijgelegen Benedictijner klooster. Het zijn de Italiaanse bondscoach Cesare Prandelli en zijn assistenten. De avond ervoor, maandag 18 juni 2012, heeft Italië zich dankzij een 2-0 zege op Ierland geplaatst voor de kwartfinales van het EK voetbal. Een succes verbonden met een belofte. Voor het toernooi bezocht de Italiaanse selectie namelijk het klooster, in de buurt van het trainingskamp. Een ervaring die indruk maakte op Prandelli, zelf een gelovig man. Hij vertelde de monniken: 'Als we de voorronde overleven, komen we te voet naar jullie toe.' De nachtelijke pelgrimage van het trainingskamp naar het klooster was het gevolg. Een tocht van twintig kilometer, die drieëneenhalf uur zal duren.
Opmerkelijk. Maar Prandelli is dan ook een opmerkelijk man. In de dagen voor het EK werd het Italiaanse clubvoetbal hevig geplaagd door een omkoopschandaal. 'Als men vindt dat we in het belang van het voetbal niet moeten meedoen, dan accepteer ik dat', verklaarde hij. Het besef van een groter belang woog zwaarder dan het streven naar roem. En dat zie je niet vaak in het hedendaagse topvoetbal.
Succes is niet alles, dat weet Prandelli maar al te goed. In 2004 tekende hij een contract als trainer bij het grote AS Roma: een prima carrièrestap. Maar kort daarna leverde hij zijn contract weer in. Hij wilde meer tijd hebben om zijn ernstig zieke vrouw bij te staan. Helaas overleed ze in 2007.
Ongetwijfeld denkt hij aan haar, terwijl hij in de nacht buiten Krakau loopt. Het feest na de 2-0 laat hij achter zich. Hij loopt door. Uit de euforie, in de stilte. De stilte van de nacht, de stilte van het klooster.
vrijdag 10 augustus 2012
Een zomernacht
Hitte houdt mij weg van slaap
en denken houdt mij weg van dromen.
Vier uur 's nachts en ik wil buiten zijn.
Een toevlucht dan tot mijn terras
met bank en uitzicht op de nacht.
De bomen werpen schaduwen
en vangen 't ruisen van de wind
voor het schijnsel van de buitenlamp.
Hierboven sterren voor de slapelozen.
Ik houd mijn handen om een beker:
cafeïne wist de drang naar slaap uit,
maar niet de wil om stil te dromen,
niet de wil om stil te worden.
Langzaam trekt het duister weg
en elke ster verdwijnt in 't blauw.
Het daglicht komt, bewaar je droom.
'Een zomernacht' schreef ik in de zomer van 1998. Ik woonde toen boven een winkelpand in een kamer met plat dak. Erg warm dus, ook 's nachts, vandaar dit gedicht.
Dit is trouwens niet de originele versie van 'Een zomernacht': die had onder meer een andere regelvolgorde en telde vier extra regels. Schrijven is schrappen, zo blijkt maar weer.
en denken houdt mij weg van dromen.
Vier uur 's nachts en ik wil buiten zijn.
Een toevlucht dan tot mijn terras
met bank en uitzicht op de nacht.
De bomen werpen schaduwen
en vangen 't ruisen van de wind
voor het schijnsel van de buitenlamp.
Hierboven sterren voor de slapelozen.
Ik houd mijn handen om een beker:
cafeïne wist de drang naar slaap uit,
maar niet de wil om stil te dromen,
niet de wil om stil te worden.
Langzaam trekt het duister weg
en elke ster verdwijnt in 't blauw.
Het daglicht komt, bewaar je droom.
'Een zomernacht' schreef ik in de zomer van 1998. Ik woonde toen boven een winkelpand in een kamer met plat dak. Erg warm dus, ook 's nachts, vandaar dit gedicht.
Dit is trouwens niet de originele versie van 'Een zomernacht': die had onder meer een andere regelvolgorde en telde vier extra regels. Schrijven is schrappen, zo blijkt maar weer.
maandag 2 juli 2012
Bert van Marwijk
Bert van Marwijk draaide zich nog eens om, maar slapen lukte niet. Liever keek hij niet naar de wekkerradio op zijn nachtkastje. En toch trokken de cijfers op de display weer zijn aandacht: 2.35. Vijf over half drie.
Alsmaar dacht hij aan het EK, dat al zo snel voorbij was. Aan de drie nederlagen. Aan het gezeur van spelers die niet in de basis stonden. Aan het gezeur van spelers die er wel in stonden. Aan de hulpeloze blik van Wesley Sneijder tijdens het duel tegen Duitsland.
Twee jaar terug was alles zo anders. De zegetocht in Zuid-Afrika, die pas in de finale ten einde kwam. Met Sneijder als leider die zich op beslissende momenten liet gelden. Sneijder als leider van een hecht team, een eenheid.
Die eenheid was nu ver te zoeken. Ja, Wesley had nog zijn best gedaan 'm terug te krijgen. Net als Mark. Schoonzoon Mark. Het deed Bert pijn hoe sommige spelers over hem hadden gepraat. Ach, al dat gekonkel in de groep, wat viel er nog aan toe te voegen? De media hadden er al genoeg over gezegd en geschreven.
Bert van Marwijk keek weer naar de wekkerradio: het was nu 2 uur 51. Slapen zat er voorlopig niet in. Maar, een ding wist hij, na dagen en nachten vol gepieker: met Oranje ging hij stoppen. Zachtjes stapte hij uit bed; zijn vrouw moest niet wakker worden.
Alsmaar dacht hij aan het EK, dat al zo snel voorbij was. Aan de drie nederlagen. Aan het gezeur van spelers die niet in de basis stonden. Aan het gezeur van spelers die er wel in stonden. Aan de hulpeloze blik van Wesley Sneijder tijdens het duel tegen Duitsland.
Twee jaar terug was alles zo anders. De zegetocht in Zuid-Afrika, die pas in de finale ten einde kwam. Met Sneijder als leider die zich op beslissende momenten liet gelden. Sneijder als leider van een hecht team, een eenheid.
Die eenheid was nu ver te zoeken. Ja, Wesley had nog zijn best gedaan 'm terug te krijgen. Net als Mark. Schoonzoon Mark. Het deed Bert pijn hoe sommige spelers over hem hadden gepraat. Ach, al dat gekonkel in de groep, wat viel er nog aan toe te voegen? De media hadden er al genoeg over gezegd en geschreven.
Bert van Marwijk keek weer naar de wekkerradio: het was nu 2 uur 51. Slapen zat er voorlopig niet in. Maar, een ding wist hij, na dagen en nachten vol gepieker: met Oranje ging hij stoppen. Zachtjes stapte hij uit bed; zijn vrouw moest niet wakker worden.
vrijdag 15 juni 2012
Memoires om naar uit te kijken
Als liefhebber van lezen en muziek heb ik wat om naar uit te kijken. Nog dit jaar verschijnen de memoires van (Waterboys-zanger) Mike Scott en Neil Young. In augustus komt Adventures of a Waterboy van Scott uit, terwijl Youngs Waging Heavy Peace twee maanden later te koop is.
Ik verwacht er veel van. Beide artiesten bewonder ik niet alleen om hun muziek, maar ook om hun persoonlijkheid. Ze zijn eigenzinnig, joegen nooit het grote geld na en gingen goed om met tegenslagen.Young had in 1972 groot succes met zijn album Harvest; de song 'Heart of Gold' werd zelfs een wereldhit. Maar de Canadees voelde zich niet goed bij dat commerciële succes. Daaropvolgend maakte hij minder toegankelijke platen als On the Beach en Tonight's the Night. Eigenzinnigheid ten top van een man die handelt op basis van zijn intuïtie.
En dat kan ook van Mike Scott worden gezegd. In 1985 maakten The Waterboys naam met This Is the Sea en single 'The Whole of the Moon'. Een doorbraak in de sporen van U2 lonkte, maar de Schot voelde zich in een hoek gedreven. Hij ging een andere richting op: die van de folk-rock. Weg megadoorbraak, maar Scott was weer vrij.
Tegelijkertijd – in de jaren tachtig - was de carrière van Neil Young in een grillige fase beland. Per plaat wisselde hij extreem van stijl: gitaarrock, computermuziek, rockabilly, country en gladde hard-rock. Zijn platenmaatschappij Geffen was er er allesbehalve blij mee. Young leek de weg kwijt, maar kwam in 1989 sterk terug met Freedom. Sindsdien maakt hij met regelmaat albums van hoog niveau, zoals Sleeps with Angels (1994), Silver and Gold (2000), Prairie Wind (2005) en Le Noise (2010).
Voor Scott waren de jaren negentig juist wat zorgelijk. Na het uiteenvallen van The Waterboys ging hij in 1995 onder eigen naam verder. Zijn twee solo-albums waren artistiek zeer geslaagd, maar brachten commercieel het tegendeel. Hij raakte flink in de schulden en kon haast weer van voor af aan beginnen. Wat hij met verve deed. In 2000 volgde een doorstart van The Waterboys met het gedreven A Rock in the Weary Land. Het bleek de opmaat voor een nieuwe bloeiperiode van de band. Een bloei die nog steeds voortduurt: zo kreeg het vorig jaar verschenen An Appointment with Mr. Yeats terecht lovende recensies. Al het bovenstaande is natuurlijk het topje van de ijsberg. Want wat vertellen Scott en Young in hun memoires zelf over hun creatieve keuzes en bijvoorbeeld over hun jeugd en privéleven? Nog even wachten en dan weten we het.
O ja, en over hun schrijfkwaliteiten hoeven we niet in te zitten. Beide kennen we van hun prima, vaak poëtische, songteksten. Mike Scott publiceerde eerder al boeiende blogs op de site van zijn band. En Neil Young? Diens vader was sportjournalist, dus schrijven zit hem vast ingebakken.
Abonneren op:
Posts (Atom)